Ie is de spreektaalvariant van hij. In een journaal kan hij slordig overkomen.
Ie komt alleen voor als hij achter het werkwoord staat en na onderschikkende voegwoorden (voegwoorden die een bijzin inleiden).
Na een nevenschikkend voegwoord (een voegwoord dat een hoofdzin inleidt: bijv. en, maar, want, dus) zeggen we hij.
Om redenen van welluidendheid gebruiken we ie ook niet als daardoor twee klinkers botsen.