Samenstellingen met halftime worden als één woord gespeld, tenzij de klinkers botsen.
Van Dale schrijft een halftime baan.
Nederlandse alternatieven: een halftijdse baan (vooral in België), een halve baan (vooral in Nederland), halftijds werken.
Als zelfstandig naamwoord verwijst halftime naar de pauze of de rust bij sportwedstrijden.