Na een van de gevolgd door een zelfstandig naamwoord in het meervoud staat het werkwoord in het meervoud als het om een beperkende bijzin gaat. Bij een uitbreidende bijzin staat het werkwoord in het enkelvoud.
In de volgende zin hangen er verscheidene schilderijen van Rubens in het Prado, waarvan er één vals is.
Een van Rubens' schilderijen die in het Prado hangen, blijkt vals te zijn.
In de volgende zin hangt er één Rubens in het Prado en dat is de enige valse Rubens die er is.
Een van Rubens' schilderijen, dat in het Prado hangt, blijkt vals te zijn.
Gooi de zin om bij twijfel over enkelvoud of meervoud.
Van Rubens' schilderijen die in het Prado hangen, is er één vals.
Van Rubens' schilderijen is er één vals, namelijk het schilderij dat in het Prado hangt.