0 ... 9 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |
daadkracht
daar waar
daarom / daardoor
dag (- op -)*
dag
dagdagelijks*
dagnamen
dagorde
dagvaardiging*
Dakar
Dalfsen
Damascus
Damme
dampkap
dan / als
dan / toen
dan ik / dan mij
dank (zonder -)*
danken / wijten
darm
dat / wat
database
dataprocessing
dateren
datums / data
De Bilt
De Haan
De Panne
De Pinte
deactiveren / desactiveren
deadline
debriefen
decennium / decade
déclic*
decolleté
decreet
decumul*
deeg
deel
Deerlijk
defederaliseren / federaliseren / regionaliseren
defilé
deftig
Deinze
dekenij
délégué*
deleten
Delft
Delfzijl
delven
demarreren
democratisch
demystificeren / demystifiëren
Den Bosch / 's-Hertogenbosch
Den Haag / 's-Gravenhage
Den Ham
Den Helder
Denderleeuw
Dendermonde
Denekamp
denkpiste*
Dentergem
deontologie
depenaliseren*
derby
derde leeftijd*
derhalve
dertiger jaren / jaren dertig
desgevallend*
design
Destelbergen
destijds / indertijd
destilleren / distilleren
deur (iemand aan de - zetten)*
Deurne
Deventer
dewelke*
deze (in tijdsaanduidingen)
deze / die / dit / dat
deze morgen / vanmorgen
dezer dagen / een dezer dagen
Dhaka
dicht (- eindigen)*
dichtbevolkt
Didam
diehard
Diemen
dienst (van -)
dienst na verkoop*
dienst
dienstdoend
dientengevolge
Diepenbeek
Diepenveen
diepvries / diepvriezer
Diest
Diksmuide
Dilbeek
Dilsen-Stokkem
Dinant
dioxide
dioxine / dioxines
diplomatisch / diplomatiek
disclaimer
discussiëren / discuteren
diskdrive
dispatching*
distilleren / destilleren
dit / dat / deze / die
Djibouti
dobermann
doctor / dokter
dodental / dodentol
Dodoma
doelwachter*
doen (zich laten -)*
Doesburg
Doetinchem
Dokkum
dokter / doctor
dollar(s)
dollekoeienziekte*
Dolomieten
dom
domiciliëring
Dongen
dood
doodverven
doolhof
doordat / omdat
doordrenken
doorgaan
doorheen / door
doormeter*
Doorn
Doornik
doorprikken
doorschijnend / doorzichtig
doorspekken
doorsturen / doorzenden
doorwegen
doorwinterd*
doorzenden / doorsturen
doorzichtig / doorschijnend
doos
Dordrecht
dossier
dotatie
downloaden
downsyndroom
draagberrie*
draaischijf
draaitrap*
Drachten
dramatisch
Drenthe
dresscode
dressing
Driebergen
driedimensioneel*
drinkbaar water / drinkwater
drive
Drongen
Dronten
droogkuis*
drop-out
droppen
druggebruiker / drugsgebruiker
druipen
drukkingsgroep*, drukkingsmiddel*
drukkookpan*
drummen
Drunen
Druten
duatlon / biatlon
Dubai
dubbel en dik
dubbelklikken
Dublin
Duffel
duiker
duim (de duimen leggen)*
duimspijker*
Duinkerke / Duinkerken
Duiveland
Duiven
dumpen
durven
duur
duur
dwarsen*
dynastie (dag van de -)*
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

déclic *

Frans. Algemeen Nederlands zijn:

  • een knop omdraaien
  • voor een ommekeer zorgen
  • een aanzet geven
  • een denkomslag maken
  • aha-erlebnis

Voorbeelden:

  • Niet: *Tijdens een van zijn wedstrijden kreeg ik een déclic kreeg: dat wou ik doen.
  • Wel: Tijdens een van zijn wedstrijden wist ik het ineens: dat wou ik doen.


  • Niet: *De ruime overwinning tegen Genk zorgde voor een déclic. Sindsdien spelen we weer met veel zelfvertrouwen.
  • Wel: De ruime overwinning tegen Genk zorgde voor een omslag. Sindsdien spelen we weer met veel zelfvertrouwen.


  • Niet: *Het probleem ligt grotendeels bij de organisatie en dus moet die de déclic maken.
  • Wel: Het probleem ligt grotendeels bij de organisatie en dus moet die de knop omdraaien.


  • Niet: *Was er een déclic, een gebeurtenis waardoor je het ineens allemaal begreep?
  • Wel: Was er een aha-erlebnis, een gebeurtenis waardoor je het ineens allemaal begreep?