Aanzicht en aanzien betekenen: vorm, voorkomen, uiterlijk, gedaante. Aanzicht is verouderd, aanzien niet.
Uitzicht betekent: wat vanaf een bepaalde plek te zien is.
Zicht betekent: het zien zelf, de mogelijkheid om te zien
Gezicht betekent: gezichtsvermogen (het zintuig), indruk, iets wat men voor zich ziet, gelaat.