Aanleunen kan in het Belgische Nederlands ook figuurlijk gebruikt worden in de zin van: grenzen aan, verbonden zijn met, trekken van overeenkomst vertonen met, steun zoeken bij, een voorkeur hebben voor.
De beelden leunen aan bij de Afrikaanse cultuur.
De kinderen ontdekken aspecten van het bos die dicht bij hun leefwereld aanleunen.