|
Bij gesloten ondertiteling, via teletekst, gelden een paar extra regels. De leessnelheid ligt hierbij – misschien anders dan verwacht – hoger dan bij open ondertiteling en bedraagt 13 tekens per seconde. Uit eigen VRT-onderzoek is gebleken dat de doelgroep (slecht- en niet-horenden) een hogere leessnelheid verkiest omdat op die manier in dezelfde tijd meer tekst weergegeven kan worden. Gesloten ondertiteling vraagt ook meer tekst omdat slecht- en niet-horenden de extra informatie die horende kijkers via het geluid oppikken, geschreven aangeboden moeten krijgen. Bij open ondertiteling worden bijvoorbeeld eenvoudige antwoorden als ja en nee meestal weggelaten omdat de kijker ze hoort en begrijpt, ook in min of meer vertrouwde talen als Engels, Frans en Duits. Bij gesloten ondertiteling moeten ze weergegeven worden. Anders krijgt een slechthorende kijker bijvoorbeeld bij een verhoor alleen maar de vragen van de rechercheur maar niet de antwoorden van de arrestant als die bestaan uit bijvoorbeeld ja of nee. Ook niet-talige informatie moet gegeven worden, zoals: er wordt op de deur geklopt, de telefoon gaat over. Elke belangrijke spreker wordt geïdentificeerd door zijn of haar eigen tekstkleur (vooral geel, groen en blauw worden gebruikt), zodat de slechthorende kijker weet wie er aan het woord is, ook als de spreker niet in beeld is.
|