Passieve zinnen maken een tekst hol, onpersoonlijk en afstandelijk. Schrijf zo veel mogelijk in actieve zinnen. Voer landen, steden, organisaties en mensen op en hou ze vast als onderwerp.
Niet: *Over tien dagen worden de gesprekken tussen Noord- en Zuid-Korea hervat.
Wel: Over tien dagen hervatten Noord- en Zuid-Korea hun gesprekken.
Niet: *De nieuwe begroting wordt morgen aan de Kamer voorgelegd en daarna geeft de regering een persconferentie.
Wel: De regering legt morgen de nieuwe begroting aan de Kamer voor en geeft daarna een persconferentie.
Niet: *De kaarten mogen naar de organisator teruggestuurd worden.
Wel: U mag uw kaarten naar de organisator terugsturen.
Schrap niet krampachtig elke passieve vorm, want dan klinkt een tekst gauw onnatuurlijk. Het passief bestaat, gebruik het.
Het passief is op zijn plaats om een bepaald zinsdeel meer nadruk te geven, zoals het onderwerp in de volgende zinnen.
In Brussel is het koninklijk paleis door de bliksem getroffen.
U weet niet hoe het is: u wordt niet door de pers belaagd.
Het passief kan de spanning opbouwen.
De grand prix van Australië is gewonnen door ... Michael Schumacher.
Het passief laat in het midden wie de handelende persoon is. Gebruik liever een passieve vorm dan een actieve zin met men.
Niet: *Waarom heeft men dat niet vanaf het begin gezegd?
Wel: Waarom is dat niet vanaf het begin gezegd?
Niet: *Men beweert wel eens dat voetballers ijdeltuiten zijn.
Wel: Er wordt wel eens beweerd dat voetballers ijdeltuiten zijn.
Een passief in de eerste zin is handig als de zin te lang zou worden doordat de handelende persoon ook genoemd moet worden.