|
Bij die onzijdige woorden steekt de twijfel meestal de kop op. Hoe dat komt? In veel dialecten - en dus in de tussentaal die we allemaal zo goed beheersen - ontbreekt in dat geval de eind-e van het bijvoeglijk naamwoord meestal. Maar in de standaardtaal staat die e er doorgaans wel, na het, dit, dat, een bezittelijk voornaamwoord zoals mijn en ons, en na een bezitsvorm zoals in Ruuds onschatbare taaladvies.
|