|
En dan is er nog die verleden tijd, waar ik wilde, jij wilde en hij wilde de keurigste vormen zijn. In het meervoud wilden we, wilden jullie en wilden ze. Geen probleem, alles duidelijk. Maar dan: ook ik wou, jij wou en hij wou zijn prima. Ze komen vaker voor in spreektaal dan in schrijftaal, maar er is niets mis mee. Er is wel iets mis met: wij, jullie of zij wouden. Die vorm is zo informeel dat hij zelfs in de gesproken taal maar op het randje is. Dat geldt ook voor de collega zonder d: wouen.
|